Mckenzie therapie (MDT)

MDT gebruikt een gevalideerd assessment die de therapeut in staat stelt de patiënt in verschillende subgroepen van mechanische pijn te classificeren. In het MDT classificatiesysteem zijn er 3 subgroepen of syndromen. Door dit assessment kan de therapeut zijn patiënten met soortgelijke mechanische presentaties indelen in deze goed gedefinieerde subgroepen, hierdoor zal ook een passende behandelingsstrategie bepaald worden.

 

In het kort

- Het Derangement Syndroom impliceert een mechanische obstructie tot beweging in het gewricht.

- Dysfunction Syndroom is pijn veroorzaakt door de mechanische belasting van structureel verkorte weke weefsels.

- Postural Syndroom ontstaat pijn door langdurige overbelasting van het weefsel.

Na een zorgvuldige anamnese over hoe bepaalde bewegingen en posities een invloed hebben op symptomen, wordt de patiënt gevraagd de therapeut in te lichten over het effect van deze verschillende bewegingen. Bij rug patiënten doen snelle veranderingen zich voor in 50-70% van de gevallen (afhankelijk van hoe lang ze al last hebben). Pijn beweegt van een distale naar een meer proximale locatie in antwoord op specifieke bewegingen. Als de juiste beweging wordt voortgezet, trekt de pijn naar het midden van de rug. Dit verschijnsel heet centralisatie en vele studies hebben aangetoond dat patiënten bij wie de symptomen centraliseren een beter resultaat hebben dan diegene die niet centraliseren1,2

 

Begeleidend bij het centralisatie fenomeen is er een toename van de beweging. Dit verschijnsel doet zich voor in het Derangement syndroom, het meest voorkomende syndroom binnen MDT patiënten met rugklachten.

Patiënten worden ingedeeld als:

- Derangement Syndroom

- Disfunction Syndroom

- Postural Syndroom

- Overige

 

Specifieke subgroepen binnen ‘overige’

Alle classificaties en de subgroep ‘overige’ hebben duidelijk klinische en operationele definities om identificatie te vereenvoudigen

Elke syndroom heeft zijn unieke karakter, met specifieke mechanische procedures, waaronder herhaalde bewegingen en aanhoudende posities. MDT is een uitgebreid classificatiesysteem. Het omvat ook een kleinere groep patiënten die niet kunnen worden geclassificeerd in één van de drie syndromen maar vallen onder de 'Overige' subgroep, die ernstige pathologieën, niet-mechanische oorzaken en chronische pijn etc. omvat.

 

Behandeling

Nadat de patiënt is ingedeeld in één van de 3 syndromen, kan de geschikte behandeling worden toegepast.

- Bij het Derangement Syndroom beweegt de patiënt in de richting die de symptomen centraliseert of een blijvende vermindering van hun pijnintensiteit veroorzaakt.

- In het Dysfunction syndroom worden oefeningen gegeven tegen de pijngrens aan, die wanneer toegepast gedurende een langere periode de weke weefsel hervormen.

- In het Posturaal Syndroom, neemt de patiënt houdingen aan die de gewrichten in een neutrale positie houden en zo langdurige eindbelasting van de weefsels vermijdt.

De MDT McKenzie aanpak benadrukt de educatie en de actieve betrokkenheid van de patiënt. Patiënten worden aangemoedigd om zichzelf te behandelen, en de verantwoordelijkheid voor hun behandeling op te nemen. Daarom worden door de patiënt zelf oefeningen en houdingen gebruikt als een eerste aanzet. Als deze oefeningen en houdingen onvoldoende zijn, worden ze aangevuld met technieken uitgevoerd door de therapeut, zoals mobilisatie. Hieronder zie je verschillende oefeningen, oefening 1 t/m 4 is voor een posterior derangement waarbij er even zoveel mogelijk uit de flexie houding moet worden geoefend. Bij oefening 5 en 6 wordt er geoefend voor een anterior derangement en moet er juist in de flexie geoefend worden.

 

Preventie

Zodra de patiënt geleerd heeft zichzelf te behandelen met specifieke bewegingen en houdingen, kan dezelfde procedure worden gebruikt om preventief te werken. Dit is belangrijk omdat onderzoek heeft aangetoond dat rugpijn de neiging heeft recidiverend te zijn, en vaak met progressief toenemende ernst. Het voorkomen van recidieven is daarom belangrijker dan het leveren van verlichting op korte termijn door middel van passieve behandeling.

Is de McKenzie methode geschikt voor jou patiënt?

Om er achter te komen of de McKenzie methode geschikt is, is het van belang om eerst de klachten van de patiënt te definiëren.

- Zijn er periodes op de dag dat de patiënt geen pijn heeft? Al is het maar 10 minuten?

- Is de pijn beperkt tot gebieden boven de knie of boven de elleboog?

- Heeft de patiënt meer dan één keer last gehad van lage rug- of nekpijn in de afgelopen maanden of jaren?

- Verergerd de pijn tijdens of direct na langdurig buigen of bukken; zoals bij het opmaken van een bed, stofzuigen, tuinieren, etc?

- Heeft de patiënt meer pijn na een langere tijd zitten of tijdens het opstaan vanuit een zittende positie? Dat wil zeggen tijdens of na het tv-kijken of werken aan de computer?

- Associeert de patiënt de pijn met één bepaalde activiteit, maar is hij over het algemeen vrij van pijn wanneer hij deze activiteit niet uitoefent?

- Heeft de patiënt meer last als hij inactief is of gaat het niet beter als hij actief bezig is?

- Neemt de lage rugpijn af als de patiënt op de buik ligt? (Het is mogelijk dat de patiënt zich een minuutje slechter voelt voordat de pijn afneemt, in dat geval is het antwoord op deze vraag ja).

- Neemt de lage rugpijn af wanneer u wandelt?

Kun je ‘ja’ antwoorden op meer dan 3 vragen, dan kan de McKenzie methode oplossing bieden.